Eindhoven, 6 mei 2001
Aan: Arrondissementsrechtbank ‘s-Hertogenbosch
Sector Bestuursrecht
Postbus 90125
5200 MA ‘s-Hertogenbosch
Betreft: beroep tegen niet ontvankelijkverklaring in bezwaarprocedure tegen kapvergunning

Geachte President der Rechtbank

Hierbij teken ik beroep aan tegen het besluit van 30 maart 2001 van de Gemeente Eindhoven. (kenmerk JZ&IV oiV007825)

Hierin wordt besloten om mijn bezwaren tegen de kapvergunning van 11 oktober 2000 voor acht bomen ter zijde te schuiven, omdat ik geen belanghebbende zou zijn. Ik ben het daar niet mee eens, en acht mijzelf wel een belanghebbende in deze zaak. Ik wens dan ook alsnog ontvankelijk verklaard te worden, zodat mijn bezwaren tegen voornoemde kapvergunning inhoudelijk beoordeeld kunnen gaan worden.

 

Relevante feiten:

  • In 1993 worden het pand en bijhorende tuin op Stuiverstraat 88 te Eindhoven door mij en anderen gekraakt.
  • Vanaf 1995 beginnen er diverse bezwaarprocedures van mij, medekrakers en buurtbewoners te lopen tegen bouw-, sloop-, kap-, onttrekkings- en saneringsvergunningen rond de voorgenomen sloop van mijn pand en de geplande nieuwbouw daarna. Samen met de buurt houden wij deze plannen tegen, om diverse redenen, maar onder andere omdat wij denken dat huizen en tuin behouden moeten blijven voor het nageslacht. De plannen en het gezamenlijk verzet daartegen spelen op dit moment nog steeds.
    Reeds in drie bezwaarprocedures tegen drie verschillende kapvergunningen ben ik als belanghebbende erkend, en eenmaal daarvan is mijn bezwaar gegrond verklaard en de kapvergunning ingetrokken.
  • Op 11 oktober 2000 wordt door de gemeente (losstaande van de sloop- en nieuwbouwplannen) een kapvergunning verleend voor acht bomen aan de rand van de door mij in gebruik zijnde tuin. Dit omdat de eigenaar van de naastgelegen parkeerplaats beweert het bestaande hekwerk door een nieuw hekwerk te willen vervangen, en daar bovendien zeer veel haast bij heeft, omdat hij dit vanwege benodigd belastingvoordeel voor 1 januari 2001 gedaan moet hebben. De gemeente kondigt aan binnen een week na afgifte te willen kappen, zonder de gebruikelijke bezwaartermijn van zes weken af te wachten.
  • Ik dien op 16 oktober 2000 bezwaar in tegen deze kapvergunning.
  • Ik vraag, tevens op 16 oktober 2000, een voorlopige voorziening aan om de kap te voorkomen dan wel uit te stellen tot na behandeling van mijn bezwaren.
  • Op 26 oktober 2000 dient de zitting bij de Rechtbank. Tijdens deze zitting suggereert de gemeente even dat ik geen belanghebbende zou zijn, zonder daar werkelijk op in te gaan of er in de stukken iets over te melden. Als ik daarop verbaasd reageer, omdat ik totnogtoe altijd wel als belanghebbende ben gezien in kapprocedures, neemt de gemeenteambtenaar zijn opmerking over belanghebbendheid onmiddellijk terug, en lijkt er niets aan de hand te zijn op dat vlak. Ik ben opgelucht, want ik heb me op geen enkele wijze voorbereid op dit vraagstuk, omdat er geen enkele aanwijzing was om aan te nemen dat mijn belanghebbendheid im frage zou komen, en omdat gelet op voorgaande procedures evident is dat ik wel belanghebbende ben.
  • Op 9 november 2000 spreekt de rechter echter uit dat ik inderdaad geen belanghebbende zou zijn en dus niet ontvankelijk wordt verklaard.
  • Vrij snel hierna (nota bene op 5 december, met Sinterklaas) worden de bomen gekapt. De gemeente verwijdert bovendien de afgrenzing van de tuin om bij de bomen te kunnen, en plaatst er een tijdelijk hekwerk voor in de plaats, wat bestaat uit losse delen van zo’n twee meter lang elk, die zonder vergrendeling in losse betonblokken staan.
  • Op 14 februari 2001 adviseert de gemeentelijke commissie voor bezwaren en ombudszaken om de rechterlijke uitspraak over te nemen in antwoord op mijn bezwaren.
  • En op 30 maart 2001 neemt B&W dit advies over en bestempelt mij als niet belanghebbend en niet ontvankelijk.
  • Vandaag, op 6 mei 2001, heeft de heer Brunet de Rochebrune nog altijd geen nieuw hekwerk geplaatst, ondanks zijn eerdere claims op spoedeisendheid. Navraag bij huurders van de winkelpanden die bij de parkeerplaats horen, en welke gehuurd worden van Brunet de Rochebrune, leerde mij dat deze heer nooit werkelijk van plan is geweest om een nieuw hek te plaatsen. Brunet de Rochebrune blijkt op de parkeerplaats nieuwbouw te willen plegen, en een smoesje om de bomen vast uit de weg te ruimen leek hem wel zo handig.
    Intussen betaalt de gemeente dagelijks huur voor het tijdelijke hek wat er nu nog steeds staat.

 

 

Ik acht mijzelf belanghebbend inzake de kapvergunning vanwege het volgende:

  1. Ik woon sinds 1993, dus reeds acht jaar op Stuiverstraat 88 te Eindhoven. Al die tijd is de bijhorende tuin door mij in gebruik. De tuin was en is duidelijk afgescheiden van de straat en de omliggende percelen door middel van een hek van bijna twee meter hoog, en is alleen vanuit mijn huis te betreden.
  2. De kap van de bomen op de rand van mijn tuin treft mij direct in mijn belangen. Deze belangen zijn bovendien objectief bepaalbaar, persoonlijk en individualiseerbaar.
    Ik gebruik de tuin onder andere om te zonnen (bepaalbaar door het bankje en het tafeltje wat in mijn tuin staat) en om te tuinieren. (Bepaalbaar door mijn aanplant van tulpen, verschillende soorten bloemen, bomen en struiken) Bovendien heb ik reeds veel geld, tijd en moeite in het behoud van zowel huizen als tuin gestoken. (Bepaalbaar door de bezwaarprocedures tegen kapvergunningen in het verleden)
    Aangezien mijn tuin niet openbaar toegankelijk is, is dit belang een persoonlijk, individualiseerbaar belang. Niemand is in staat om met mij van de tuin te genieten op de wijze waarop ik daar van geniet, zonder mijn toestemming.
    Het schaden van mijn belangen geschiedt onder andere op de volgende wijzen:


    --Mijn tuin ziet er niet meer uit sinds er over een strook van bijna drie meter breed (dus ook nog eens breder dan in de vergunning was toegestaan) alles rücksichtslos is platgewalst, en er een lelijk tijdelijk Herashekwerk is geplaatst als vervangende afscheiding in plaats van het oude hek.

    –De kap van de bomen heeft er toe geleid dat ik minder schaduw heb in mijn tuin tijdens hete dagen.

    –Ik vond de bomen erg mooi, keek er dagelijks naar en mis ze nu. Niet alleen qua beleving van mijn tuin vanuit mijn tuin, maar ook omdat de hoge bomen bij het binnenlopen van de Stuiverstraat reeds van verre zichtbaar waren, en een gezichtsbepalende factor in de straat vormden.

    –De bomen en struiken gaven een natuurlijke, dichte afscheiding van mijn tuin, die een meerwaarde had boven slechts het hek: ik ben nu zichtbaar voor eenieder die zich op de naastgelegen parkeerplaats bevindt, zodat mij een groot stuk privacy ontnomen is, en ik mij continu bekeken voel. Ik kan niet meer zorgeloos van mijn tuin genieten.

    –De naastgelegen parkeerplaats is niet alleen in gebruik als parkeerplaats pur sang. Het is een in de buurt berucht terrein waar niet alleen winkelbezoekers hun auto’s parkeren, maar ook groepen jongeren en bezoekers van de nabijgelegen coffeeshop zich verzamelen, die veel overlast geven. Er wordt regelmatig in soft- en harddrugs gehandeld op de parkeerplaats, waarbij de softdrugs wordt verkocht aan jongeren die te jong zijn om de coffeeshop in te mogen, en de harddrugs aan anderen. Ik heb meerdere malen lege portemonnees in mijn tuin gevonden, naar ik aanneem over de schutting gegooid door lieden die anderen beroofd hebben. Een gedeelte van het volk wat zich regelmatig op de parkeerplaats bevindt gedraagt zich uitermate agressief. Ze veroorzaken flinke geluidsoverlast met de house die ze knalhard draaien in hun geparkeerde auto’s, schelden toevallige voorbijgangers uit en steken banden lek van andere geparkeerde auto’s op het terrein of in de straat. Het is al jaren zo dat wij, de krakers van de Stuiverstraat, regelmatig ingrijpen door mensen weg te jagen, voorbijgangers bij te staan of de politie te waarschuwen. Dit levert ons weliswaar veel steun en goede contacten in de buurt op, maar u begrijpt dat we ons liever met andere dingen bezig zouden willen houden.
    Het was al erg vervelend om op straat regelmatig bedreigd of uitgescholden te worden, maar nu wordt ik dat ook al in mijn tuin. Men ziet mij immers in de tuin zitten, en scheldt er lustig op los.
    Ik voel me sinds de kap onveilig in mijn eigen tuin. Temeer daar de gemeente een tijdelijk hekwerk heeft geplaatst bij het in gebreke blijven van de heer Brunet de Rochebrune. Dit hekwerk staat los, en is niet in de grond verankerd. Elke onverlaat kan zonder veel moeite het hekwerk uit de losse betonblokken tillen, en mijn tuin betreden.

    –Dan is het dumpen van afval ook nog eens sterk vermeerderd. Lege wietzakjes, lege drankflessen, snoeppapiertjes, frietbakjes, frisdrankblikjes, alles wordt nu ongehinderd door boom of struik in mijn tuin gekeild. Voor de kap gebeurde dit weliswaar ook, maar op veel kleinere schaal, aangezien er teveel groen in de weg stond. Tegenwoordig raap ik opgeteld elke twee weken een volle, grote maat vuilniszak aan troep uit mijn tuin.
  3. Het betreffende huis met bijhorende tuin is door mij gekraakt. Het feit dat ik een kraker ben wordt aangevoerd als reden om mij als niet-belanghebbende te kenmerken.
  4. Uit de wet en de jurisprudentie blijkt echter dat het niet uitmaakt of een bewoner van een huis of een gebruiker van een tuin een koper, huurder of kraker is. Allen hebben zij het onvervreemdbare huisrecht en erfrecht. Schending van deze rechten door bijvoorbeeld zonder toestemming van de bewoner/gebruiker het huis/de tuin te betreden, is een misdrijf wat bekend staat als huisvredebreuk cq. erfvredebreuk (art.138 WvS), ook als de gebruiker een kraker is. Hiervoor kunnen we teruggrijpen op uitspraken van de Hoge Raad van 14 december 1914, W 9755 (waarin bepaald wordt dat met betrekking tot art. 138 WvS (i.e. huisvredebreuk) het gebruik van een huis, maar niet het huis zelf beschermd wordt.) Sinds het Nijmeegse krakersarrest (Hoge Raad, 2 februari 1971, bevestigd voor wat betreft lokaalvredebreuk door de Hoge Raad in het Amsterdamse krakersarrest op 16 november 1971) gelden ook krakers als "beanti possidentes" voor wat betreft hun rechten.
    Dat aan dit huisrecht veel waarde wordt toegekend blijkt wel uit het feit dat dit recht is opgenomen in de Grondwet (art. 12), in de Europese Conventie tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Zowel de huisvrede als de erfvrede zijn universeel erkende mensenrechten. Juist omdat deze huis- en erfvrede in Nederland van groot belang geacht worden, is kraken in ons land mogelijk. De jurisprudentie legt deze koppeling zeer duidelijk. Wanneer een eigenaar zijn pand leeg laat staan en geen onmiddellijk uit te voeren plannen met dit pand heeft, kan een ander hier zonder toestemming van de eigenaar in verblijven, omdat ons recht zegt dat in dat geval het woonrecht van de kraker belangrijker is dan het eigendomsrecht van de eigenaar.
    Voorts zegt de jurisprudentie dat dezelfde regels gelden voor het gebruik van de bijbehorende tuin. Als de bijhorende tuin duidelijk is afgescheiden van omliggende gronden, en de kraker deze tuin gebruikt, heeft de kraker dezelfde rechten over de tuin als wanneer hij huurder of koper van de tuin was geweest, zolang als hij bewoner van het bijhorende pand is. Een kraker kan dus, zoals bekend, wel via een Kort Geding ontruimd worden als er serieuze, spoedeisende plannen met het pand zijn, maar tot die tijd heeft hij dezelfde rechten over huis en tuin als ieder ander. In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 25 april 2000 (Nr. 199903061/1) wordt duidelijk dat mijn tuin inderdaad onder het begrip "erf" valt. Daarmee wordt dan weer duidelijk dat ik en mijn tuin daarmee beschermd zijn onder art. 138.1 WvS over erfvredebreuk: "Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt (…) wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden (…)"
    Zoals bekend is het kraken van panden in Nederland nu juist mogelijk (mits het pand langer dan een jaar leegstaat en de eigenaar geen spoedeisende plannen met het pand heeft) omdat krakers beschermd worden door dit artikel. De voornoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State maakt duidelijk wat een erf is, en dit sluit naadloos aan bij art. 138 WvS en dus bij het woonrecht van krakers. Krakers hebben dus ook erfrecht. En iemand die erfrecht heeft, heeft belang bij dit erfrecht. Als de door mij in gebruik zijnde tuin (erf) met kap wordt bedreigd, moet ik dus ook als belanghebbende erkend worden wanneer ik hiertegen bezwaar wil maken.

    Ook al beschouwt de Arrondissementsrechtbank mij in de uitspraak van 9 november 2000 inzake mijn verzoek tot voorlopige voorziening als niet belanghebbende, toch is zij het getuige de uitspraak in feite met mij eens, met dat verschil dat zij de bovengenoemde uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 25 april 2000 wellicht niet kende, of niet goed op de hoogte was van mijn gebruik van de tuin als erf behorende bij Stuiverstraat 88.
    De Arrondissementsrechtbank zegt immers in de uitspraak: "Uit de feitelijke bewoning van het pand door verzoeker kan niet meer worden afgeleid dan dat hij belang heeft bij de voortzetting van de bewoning van dat pand."
    Daarmee erkent de Arrondissementsrechtbank mijn belanghebbendheid bij zaken zoals sloop- en bouwvergunningen die mijn belang als bewoner schaden. Doordat ik geen verdediging heb kunnen voeren rondom mijn belanghebbendheid, omdat niets er op wees dat die im frage was, is het niet zo vreemd dat de Arrondissementsrechtbank vervolgens voorbij gaat aan het feit dat ik de tuin evengoed als het huis in gebruik heb, en dat ik logischerwijze evenveel belang heb bij voortzetting van mijn tuingebruik als bij mijn bewoning van Stuiverstraat 88. Had de Arrondissementsrechtbank geweten dat en hoe ik de tuin gebruik, dan was zij wellicht tot een geheel andere uitspraak gekomen.
  5. Ook het recht op inspraak is een fundamenteel mensenrecht, wat even degelijk is verankerd als het huisrecht. Zowel de Europese Conventie tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als de Nederlandse Grondwet (art. 5) spreken er over.
  6. Een ander, misschien nog wel fundamenteler mensenrecht wat in verschillende bewoordingen in alle drie de documenten en in het Wetboek van Strafrecht genoemd wordt, is het volgende: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond ook, is niet toegestaan." (Grondwet art. 1)
    Toch blijkt dat volgens het Eindhovense college van B&W en rechter mr. W.C.E. Winfield het democratische grondrecht op inspraak wel geldt voor huurders, kopers en omwonenden, maar niet voor krakers.
  7. Vreemd genoeg is er juist een tendens in de rechtspraak om het begrip belanghebbende bij kapvergunningen ruimer te interpreteren. Als we bijvoorbeeld kijken naar het "mevrouw-Kiki-criterium" dan wordt men nu zelfs als belanghebbende geaccepteerd als men op meer dan 180 meter van de te kappen bossages woont, zonder enig zicht op de bossages te hebben (Afd. Bestuursrechtspraak Raad van State, zaaknr. 200002466/01, 29 augustus 2000) omdat de kap op andere wijze een directe invloed heeft op de woonomgeving. Mevrouw Kiki zelf beriep zich er onder andere op dat zij de honderd meter verderop staande bomen die door het haar aangevochten besluit gekapt zouden worden, weliswaar niet kon zien vanuit haar woning, maar wel kon ruiken, horen, en "het energieveld wat de bomen opwekken", ervaarde.(!) Ook zij werd, zowel door de Rechtbank (Rb. Groningen, 29 juli 1998, AWB 97/605 BESLU V03) als door de Afdeling Bestuursrechtspraak (10 juni 1999, nr. H01.98.1642) erkend als belanghebbende, hoewel verweerder zowel het kunnen ruiken als horen van de bomen terecht leek te betwisten.

    Ook mijn overburen, die nochtans geen gebruik maken van mijn tuin, maar wel het genot hebben van het uitzicht op de bomen, worden door de gemeente in deze procedure als belanghebbend erkend in hun bezwaar tegen de kap van een deel van mijn tuin. In het verleden werden niet alleen ikzelf, maar ook mijn buren als belanghebbenden erkend door de gemeente in vergelijkbare inspraakprocedures tegen kapvergunningen.

    Het is mij geheel onduidelijk wat het verschil is tussen mevrouw Kiki of bijvoorbeeld mijn overburen, en mij.
    Er is niet onderzocht of mevrouw Kiki al dan niet in het bezit was van een huur- of koopcontract. Blijkbaar was het niet van belang of zij kraker, koper of huurder van haar huis was.
    Ik heb, ondanks flink zoeken, geen enkele zaak rond kapvergunningen kunnen vinden waarbij überhaupt im frage was of iemand al dan niet gekraakt woonde.
    Dat is niet zo verwonderlijk. In de wet wordt nergens genoemd op welke basis iemand een belang moet hebben om belanghebbend te zijn. Jawel, onder belanghebbende wordt in krachtens art. 1:2 lid 1 Awb degene verstaan wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Maar er staat niets bij omtrent de status van de woning of tuin van de belanghebbende.
    Wat ook logisch is: er staan andere rechtswegen open om een onrechtmatige bewoning te beëindigen, wanneer zulks inderdaad het geval is.
    Wanneer krakers van democratische voorzieningen worden uitgesloten, is het einde zoek. Dan kunnen we ook gaan zeggen dat krakers niet meer mogen stemmen, omdat zij immers onrechtmatig in een gemeente wonen. Dat zou toch wel erg gaan lijken op wat andere bevolkingsgroepen in het verleden is overkomen. Er bestaat evengoed of evenmin een juridische basis voor als voor het uitsluiten van krakers van inspraakprocedures; dat wil niet zeggen dat de wetgever dit wenselijk heeft geacht.
    Ook al kunnen krakers lastig zijn, dat wil nog niet betekenen dat het wenselijk is hen van democratische mogelijkheden uit te sluiten. Krakers vervullen bovendien een maatschappelijke functie, in een tijd waarin de huizenprijs gigantisch is gestegen, er vrijwel alleen nog voor de midden- en hogere inkomens gebouwd wordt, goedkope, vooroorlogse wijken worden afgebroken en de laagste inkomens alleen maar zijn gedaald. Niet voor niets zien wij steeds meer daklozen op straat.
  8. Naast een persoonlijk belang, denk ik ook een algemeen belang te hebben in deze zaak. Ik ben niet alleen een natuurlijk persoon, maar bovendien lid van het Eindhovense kraakspreekuur "Ora et Labora". Het kraakspreekuur, gevestigd in de Vredeswinkel, Grote Berg 41 te Eindhoven, stelt zich tot doel de belangen van krakers, kraakpanden en de kraakbeweging in Eindhoven en daarbuiten te behartigen. Dit doet zij met name door praktisch en juridisch advies aan mensen die een pand willen kraken, maar ook door voorlichting, papieren en elektronische uitgaven, het organiseren van informatieavonden en discussieavonden, het geven van gastlessen op scholen, het begeleiden of van informatie voorzien van stagiaires, het organiseren van protestacties en demonstraties, het schrijven van raadsadressen, contact met de politie en andere vormen van belangenbehartiging. Daarbij is overigens belangrijk op te merken dat het kraakspreekuur niet de spreekbuis van alle krakers, of van de kraakbeweging is, aangezien een sociale beweging nooit centraal georganiseerd is of kan zijn.
    Het kraakspreekuur gaat onder andere uit van de volgende zaken: kraken, en het behartigen van bovengenoemde belangen, dient de volgende uitgangspunten te hebben:
    --Te kraken panden moeten langere tijd leeg staan, en er moeten geen concrete plannen zijn met het pand.
    –Het kraken van het pand moet leiden tot een verbetering van het pand en bijhorende gronden, en het behoud van de panden en gronden als oogmerk hebben.
    –Het kraken van het pand moet leiden tot een verbetering van de woon- en leefomgeving, ook voor de buurtbewoners.
    –Het kraken moet in zijn algemeenheid als doel hebben het verminderen van de kwalitatieve en kwantitatieve woningnood, het verminderen van het aantal leegstaande panden, het behouden van oude panden, natuurschoon of andersoortige cultuurhistorisch interessante zaken, het bevorderen van cultuur en/of mondiale bewustwording of de bestrijding van discriminatie van vrouwen, homoseksuelen, rassen of wie dan ook.

    Dit betekent dat het kraakspreekuur niet iedereen helpt. Extreem-rechtse elementen wordt bijvoorbeeld de deur gewezen, maar ook mensen die een commercieel bedrijf willen oprichten in een kraakpand, of die slechts panden kraken om ze binnen korte tijd kapot te feesten.

    Als medewerker van het kraakspreekuur denk ik een algemeen belang te hebben, omdat het al dan niet erkennen van het erfrecht en de belanghebbendheid van een kraker bij bezwaar tegen een kapvergunning grote gevolgen heeft voor Eindhovense krakers en de rest van het land.

Laat ik even duidelijk zijn: mijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaren omdat ik gekraakt woon, is een flagrante schending van de mensenrechten, een duidelijk geval van discriminatie, een zeer ernstige aantasting van de democratie, en daarmee is het in strijd met de wet.

Bovendien begeeft de gemeente zich met een niet-ontvankelijkverklaring op een gevaarlijk pad van escalatie. Een dergelijke uitspraak kan immers gevolgen hebben voor tienduizenden krakers in het hele land. Juist in Eindhoven is er voor wat betreft het contact tussen de kraakbeweging en de politie en gemeente altijd sprake geweest van een gemoedelijke sfeer, juist omdat men elkaars rechten redelijk respecteerde. Met name daardoor is er hier nooit sprake geweest van rellen rond kraakpanden. Ik vraag de gemeente dat beetje wederzijdse respect niet zomaar weg te gooien. Ik schrijf dat niet als dreigement, maar als een nuchtere constatering van feiten: als de rechtbank de uitspraak van de gemeente overneemt, zal dat een precedent scheppen, en het is niet waarschijnlijk dat de landelijke kraakbeweging een dergelijke schending van hun rechten klakkeloos aan zich voorbij zal laten gaan.

Ook afgezien van juridische zaken, maar puur moreel bekeken, is het verkeerd om mij buiten de inspraakprocedure te houden. Het zou moreel gezien nog logischer zijn om de gemeente niet-ontvankelijk te verklaren. Gemeente Eindhoven heeft haar bezit immers jarenlang veronachtzaamd, leeg laten staan en laten verkrotten. En nu er inmiddels een actieve groep krakers in is getrokken die de panden weer bewoonbaar heeft gemaakt, die zeker een ton puin uit de tuinen heeft verwijderd en die zich actief opstelt voor wat betreft de leefbaarheid van en samenwerking in de buurt, nu zou deze groep zijn mond voortaan maar moeten houden omdat de gemeente haar achteloos weggesmeten speeltje weer terug wil. En als de gemeente nou onbegrensd over de tuin zou willen kunnen beschikken ter meerdere eer en glorie van het algemeen belang, nou, dan was het nog steeds verkeerd, maar in ieder geval begrijpelijk. Maar daar gaat het helemaal niet om. We hebben het hier om een kostbare belasting van de tijd van ambtenaren, de rechterlijke macht en mijzelf, en niet te vergeten een heleboel ellende, alleen maar omdat de eigenaar van de aan mijn tuin grenzende parkeerplaats zonder enig overleg of noodzaak mijn bomen wil kappen voor een hek wat ik nota bene toejuich en wat zonder kap geplaatst had kunnen worden. De oorzaak van dit alles gaat dus eigenlijk helemaal nergens over.

Ik had gehoopt dat de gemeente mijn bezwaar gegrond zou verklaren. Ook al zijn de bomen reeds gekapt, het had mij genoegen gedaan om alsnog te weten dat de gemeente dit achteraf betreurt. Had zij mij ongegrond, maar belanghebbend verklaard, dan hadden wij een ernstig meningsverschil gehad, maar niet meer dan dat.
Ik werd echter niet ontvankelijk verklaard. Zoals ik al in mijn bezwaar in eerste aanleg schreef, is dat een uitspraak die aan de wortels van de rechtsstaat komt. Inspraak is een onvervreemdbaar recht, en anders niet.

Dat is dan ook een van de vier redenen waarom ik in beroep wens te gaan. Ten eerste is dit voor mij een principekwestie. Ten tweede wens ik mijn recht alsnog te halen, ook al zijn de bomen reeds gekapt. Ten derde is deze zaak voor mij van belang, omdat er nog steeds sloop- en nieuwbouwplannen zijn voor het terrein waarop mijn huis en tuin gelegen zijn, waardoor er binnenkort een nieuwe kapvergunning voor mijn gehele tuin is te verwachten. Het is voor mij van belang dat ik in die procedure als belanghebbende erkend word, aangezien ik anders verdere kaalslag van mijn tuin niet kan beïnvloeden. Ten vierde wens ik de door mij geschetste escalatie te voorkomen. Escalatie is voor niemand goed, evenmin voor mij als kraker, als voor de gemeente. Wij zijn allen gebaat bij een situatie waarbij iedereen zijn recht op democratische wijze kan proberen te halen, zonder dat mensen naar ondemocratische middelen grijpen omdat ze er van overtuigd zijn dat de legale beoordeling slechts geschiedt op basis van vooroordelen, discriminatie en eigenbelang.

Ik ben mij er van bewust dat ik in dit beroep heftige taal gebruik. Ik hoop dat ik daar niemand mee beledig, want dat is niet mijn bedoeling. Het gebeuren roept echter grote emoties bij mij op. Bovendien denk ik dat de zaken werkelijk zo liggen als ik ze hier schets.
Dit is des te cynischer als men bedenkt dat het conflict tussen mij en de gemeente op niets gestoeld is. Niet alleen had ik geen enkel probleem met een vervanging van het hekwerk, mits daar geen bomen voor werden gekapt, hetwelk ik onnodig achtte en nog steeds acht. Veel erger is nog dat de heer Brunet de Rochebrune de gemeente feitelijk misbruikt heeft. In werkelijkheid is er nooit een plan geweest voor vervanging van een hekwerk, maar was het om nieuwbouw te doen. De gemeente laat zich nu tot een onnodig conflict met mij verleiden, en betaalt intussen dagelijks voor een door haar geplaatst tijdelijk hekwerk wat er nooit had hoeven komen. Bovendien slokt deze onterecht gestarte procedure veel tijd en geld op van zowel de rechtbank, de gemeente als ik.

Ik vertrouw er dan ook op dat U mij als belanghebbende zult erkennen, zodat er een einde aan het conflict kan komen.

Ik zou mijn bezwaar en belanghebbendheid graag mondeling verder willen toelichten, en hoop dat ik daartoe in een zitting in gelegenheid word gesteld.

Hoogachtend,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlagen:

  1. Kapvergunning voor 8 bomen in de Stuiverstraat te Eindhoven van 11 oktober 2000.
  2. Mijn bezwaar tegen de kapvergunning van 16 oktober 2000.
  3. Mijn verzoek tot een voorlopige voorziening van 16 oktober 2000.
  4. Uitspraak inzake mijn verzoek tot een voorlopige voorziening van de Arrondissementsrechtbank van 9 november 2000.
  5. Advies aan B&W op bezwaren tegen kapvergunning van de commissie voor bezwaren en ombudszaken van 9-2-2001, verzonden 14-2-2001, kenmerk JZ&IV 01V001173.
  6. Beslissing B&W op mijn bezwaar tegen de kapvergunning van 26 maart 2001, verzonden 30 maart 2001.